Normen en richtlijnen gasflessenkasten

home01[2].jpg

Veiligheidskasten voor gasflessen volgens EN 14470-2

In vervolg op de Europese norm EN 14470-1 voor brandveiligheids-opslagkasten is de nieuwe Europese norm EN 14470-2 voor “Safety cabinets for pressurised gas cylinders” op 1 september 2006 gepubliceerd. Deze norm is sindsdien van toepassing in Nederland.

De EN 14470-2 beschrijft de uitvoering en product criteria voor gasflessenkasten die in laboratoria voor zowel opslag en gebruik van gasflessen worden toegepast. De brandwerendheid (15, 30, 60 en 90 minuten) dient om personeel veilig de werkruimte te kunnen verlaten en om hulpverleners de ruimte te betreden, voor dat gasflessen instabiel worden. Maximaal mag in één kast een gezamenlijke volume van 220 liter worden opgeslagen in 4 gasflessen van 50 liter of in 3 flessen van 70 liter.

 

Type classificatie
Evenals de eerder genoemde
brandveiligheids-opslagkasten worden ook
brandwerende gasflessenkasten ingedeeld in vier klassen, te weten:

- G15: > 15 minuten (n.v.t. in Nederland en België)
- G30: > 30 minuten
- G60: > 60 minuten
- G90: > 90 minuten

Bepaling brandwerendheid van een gasflessenkast
Voor de publicatie van de EN 14470-2 bestond er
geen specifieke EN-norm of NEN norm voor bepaling
van de brandwerendheid van een gasflessenkast.

In Duitsland bestond al jaren een specifieke norm voor
bepaling van de brandwerendheid van een gasflessenkast,
de DIN 12925-2, en een richtlijn voor de opslag van
gasflessen deTRG280 (Technische Regeln für Gase).

In de Nederlandse praktijk werd de DIN 12925-2 veelal
als referentie kader gebruikt of de NEN 6069
(experimentele bepaling van brandwerendheid van bouwdelen).

Bij de bepalingsmethode NEN 6069 werd rekening
gehouden met Europese afstemming van normen
binnen de CEN normen-commissie.

De bepalingsmethode NEN 6069 komt dan ook
vrijwel overeen met de bepalingsmethode volgens DIN 4102.

 

Bepaling brandwerendheid
De thermische isolatie betrokken op de temperatuur wordt bepaald d.m.v. thermokoppels aan de niet direct verhitte zijde.
– De brandwerendheid wordt vastgesteld op het moment dat de gemiddelde temperatuurstijging gemeten over de thermokoppels meer bedraagt dan 140 K (Kelvin).
– Of op het moment dat de temperatuurstijging gemeten op één van de thermokoppels meer bedraagt dan 180 K.

tevens wordt tijdens de test de temperatuur gemeten op de afsluiter van de gasfles nabij de aangesloten gasleiding.Tijdens de testprocedure dient er een roestvast stalen gasleiding met een doorsnede van 10 mm en een wanddikte van 1 mm op de gasfles te zijn aangesloten en door het plafond van de kast te zijn doorgevoerd tot een lengte van 500 mm.

De brandwerendheid wordt bepaald op het moment dat de temperatuurstijging gemeten op de afsluiter van de gasfles meer bedraagt dan 50 K.

Bepaling brandwerendheid volgens DIN 4102
(NEN 6069)
De temperatuur gemeten op de afsluiter van de gasfles behoort niet tot de brandcriteria binnen de NEN 6069 en de DIN 4102. Het criterium thermische isolatie betrokken op de temperatuur is het zwaarste criterium binnen deze bepalingsmethoden.


Bepaling brandwerendheid volgens DIN 12925-2
De temperatuur gemeten op de afsluiter van de gasfles en het criterium thermische isolatie betrokken op de temperatuur behoren tot de brandcriteria binnen de DIN 12925-2.Wanneer de voorwaarden zoals gesteld in deTRG280 worden gevolgd geldt een brandwerendheid van tenminste 20 minuten.

Bepaling brandwerendheid volgens EN 14470-2
De temperatuur gemeten op de afsluiter van de gasfles en het criterium thermische isolatie betrokken op de temperatuur behoren tot de brandcriteria binnen de EN 14470-2. Vervolgens zijn brandwerendheidsklassen Europees bepaald en is het aan de lidstaten vrij de mate van brandwerendheid vast te stellen in nationale regelen wetgeving.

Tot en met 2006 werd de brandwerendheid van een gasflessenkast bepaald op de methode zoals vastgesteld in het bouwbesluit voor het bepalen van brandcompartimenten en werden de voorwaarden zoals omschreven in het Handboek Milieuvergunningen gevolgd.

Een gasflessenkast met een brandwerendheid van minimaal 60 minuten, bepaald volgens NEN 6069 (DIN 4102) kon in het verleden worden toegepast voor inpandige opslag van gasflessen tot een maximale waterinhoud van 250 l (5 flessen van 50 l).

Met de nieuwe norm EN 14470-2 wordt de brandwerendheid van een gasflessenkast op een aanzienlijk zwaardere wijze bepaald, de kasten kunnen worden toegepast voor inpandige opslag van vier gasflessen tot een maximale waterinhoud van 220 l (4 flessen van 50 l + 20 l aan kleine flessen).

In tegenstelling tot de CPR15 richtlijnen, waar gasflessen buiten de werkingssfeer van de richtlijn vielen, zijn er in de PGS15 voorschriften opgenomen voor zowel de in- als uitpandige opslag van gasflessen. De PGS15 verwijst nog niet naar de nieuwe norm voor gasflessenkasten, de norm kwam tot stand nadat de PGS15 werd gepubliceerd.
Naar verwachting zal de norm op korte termijn worden geïntegreerd in de voorschriften van de PGS15.

   
  Klik <hier> voor informatie over de eisen waaraan een brandveiligheids-opslagkast voor gasflessen moet voldoen.

Terug naar <Gasflessenkasten>