DENIOS B.V
Leidse Schouw 2
2408 AE Alphen aan den Rijn

Tel.: +31 172 50 64 66
E-Mail: info@denios.nl
Internet: www.denios.nl

Gevaarlijke stoffen etiketteren volgens GHS: gevaren herkennen en zichtbaar maken

Een duidelijke etikettering van gevaarlijke stoffen helpt medewerkers om risico’s snel te herkennen en passende voorzorgsmaatregelen te nemen. Op een gevarenetiket staan onder meer gevarenpictogrammen, een signaalwoord en aanvullende informatie over de gevaren en het veilige gebruik van de stof.

In deze gids leest u wat de belangrijkste onderdelen van een gevarenetiket betekenen. Ook leggen we uit waar u op moet letten wanneer u een gevaarlijke stof vanuit de oorspronkelijke verpakking overbrengt naar een andere verpakking.

Wat is een gevarenetiket?

Een gevarenetiket is een gestandaardiseerde aanduiding waarmee de gevaren van een stof of mengsel worden gecommuniceerd. Afhankelijk van de classificatie bevat het etiket onder meer:

●     gevarenpictogrammen die het type gevaar visueel aangeven;
●     een signaalwoord, zoals “Gevaar” of “Waarschuwing”;
●     gevarenaanduidingen, ook wel H-zinnen genoemd;
●     voorzorgsmaatregelen, ook wel P-zinnen genoemd;
●     aanvullende product- en leveranciersinformatie wanneer dit volgens de toepasselijke regels nodig is.

De etikettering helpt medewerkers om gevaarlijke eigenschappen en noodzakelijke beschermingsmaatregelen te herkennen voordat zij een stof gebruiken, verplaatsen, opslaan of opruimen.

Waar worden gevarenetiketten gebruikt?

Gevarenetiketten worden gebruikt op verpakkingen en werkvaten met gevaarlijke stoffen in bijvoorbeeld productieomgevingen, laboratoria, werkplaatsen, magazijnen, bouw- en onderhoudsprojecten of logistieke en transportprocessen.

Ook buiten de oorspronkelijke verpakking moet de inhoud herkenbaar blijven wanneer een gevaarlijke stof wordt overgebracht naar een andere verpakking. Welke informatie en etikettering precies nodig zijn, hangt af van de stof, de toepassing, de verpakking en de toepasselijke regelgeving.

Een duidelijke aanduiding is ook belangrijk bij een incident. Hulpverleners en medewerkers kunnen dan sneller zien met welke gevaren zij rekening moeten houden.

Wie is verantwoordelijk voor de etikettering?

De verantwoordelijkheden verschillen per situatie. Fabrikanten, importeurs en andere partijen in de toeleveringsketen hebben verplichtingen rond de classificatie, etikettering en informatievoorziening van stoffen en mengsels. Een veiligheidsinformatieblad, vaak afgekort als VIB, geeft aanvullende informatie over gevaren, beschermingsmaatregelen, opslag en handelen bij incidenten.

Wanneer een gevaarlijke stof binnen een bedrijf wordt overgebracht naar een andere verpakking, moet de inhoud ook daarna herkenbaar en veilig hanteerbaar blijven. Controleer daarom altijd:

●     welke stof of welk mengsel wordt overgebracht;
●     welke informatie op de oorspronkelijke verpakking staat;
●     wat het veiligheidsinformatieblad voorschrijft;
●     of de nieuwe verpakking geschikt is voor de stof;
●     welke etikettering op de nieuwe verpakking nodig is;
●     of aanvullende bedrijfsinstructies van toepassing zijn.

De werkgever blijft verantwoordelijk voor een veilige werkomgeving en moet de risico’s van het werken met gevaarlijke stoffen beoordelen. Daarbij hoort onder meer het beschikbaar stellen van informatie, instructies en passende beheersmaatregelen.

GHS en CLP als basis voor etikettering

Het Global Harmonized System, (afgekort als GHS), is een wereldwijd systeem voor de indeling en etikettering van chemische stoffen en mengsels. Het systeem beschrijft onder meer gevarenklassen, gevarenpictogrammen, signaalwoorden, H-zinnen en P-zinnen.

Binnen de Europese Unie is GHS uitgewerkt in de CLP-verordening. CLP staat voor Classification, Labelling and Packaging. Deze Europese verordening bevat regels voor de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels.

Voor toepassingen in Nederland moet u naast de CLP-regels ook rekening houden met de Nederlandse arbeidsomstandighedenregels en de concrete werksituatie. Een etiket vervangt daarom niet de risico-inventarisatie en -evaluatie, het veiligheidsinformatieblad of de werkinstructies.

Hoe worden gevaarlijke stoffen ingedeeld?

Een stof of mengsel kan gevaarlijk zijn vanwege verschillende eigenschappen. In hoofdlijnen gaat het om:

●     fysische gevaren, zoals brandbaarheid, explosiviteit, oxiderende eigenschappen of gas onder druk;
●     gevaren voor de gezondheid, zoals acute toxiciteit, huid- of oogschade, sensibilisatie, kankerverwekkende eigenschappen of gevaar bij inademing;
●     gevaren voor het milieu, bijvoorbeeld gevaar voor het watermilieu.

De precieze indeling, categorie en etikettering moeten worden vastgesteld aan de hand van de actuele classificatie van de stof of het mengsel. Gebruik hiervoor de oorspronkelijke verpakking en het actuele veiligheidsinformatieblad. Neem een classificatie niet over op basis van alleen de naam of het uiterlijk van een product.

Gevarenpictogrammen

Gevarenpictogrammen zijn ruitvormige symbolen met een rode rand, een wit vlak en een zwart symbool. Zij maken in één oogopslag duidelijk met welk type gevaar rekening moet worden gehouden.

Een pictogram kan bij meerdere gevarenklassen worden gebruikt. Kijk daarom altijd naar het volledige etiket en het veiligheidsinformatieblad. Een pictogram op zichzelf geeft niet alle informatie over de risico’s of de benodigde maatregelen.

Signaalwoorden: gevaar en waarschuwing

Op een etiket kan het signaalwoord “Gevaar” of “Waarschuwing” staan. Het signaalwoord geeft een indicatie van de ernst van de gevaren binnen de betreffende classificatie.

●     “Gevaar” wordt gebruikt bij ernstigere gevarencategorieën.

●     “Waarschuwing” wordt gebruikt bij minder ernstige, maar nog steeds relevante gevaren.

Het signaalwoord vervangt de gevarenaanduidingen en voorzorgsmaatregelen niet. Lees daarom altijd het volledige etiket en het veiligheidsinformatieblad.

Gevarenaanduiding (H-zinnen)

De gevarenaanduidingen, ook wel H-zinnen (Hazard Statements) genoemd, zijn gestandaardiseerde codes die op etiketten voor gevaarlijke stoffen worden gebruikt om specifieke gevaren te beschrijven die aan een bepaalde stof of een bepaald mengsel verbonden zijn.

Veiligheidsaanwijzingen (P-zinnen)

Veiligheidsaanwijzingen, ook wel P-zinnen (Precautionary Statements) genoemd, zijn gestandaardiseerde codes die op etiketten voor gevaarlijke stoffen worden gebruikt om instructies te geven voor het veilige gebruik van een bepaalde stof of een bepaald mengsel.

Etikettering van gevaarlijke stoffen in de praktijk - veelgemaakte fouten voorkomen

In veel bedrijven worden stoffen vanuit een originele verpakking overgebracht naar een kleinere verpakking, een doseerverpakking of een werkvat. Daarbij ontstaan risico’s wanneer de nieuwe verpakking niet geschikt is of wanneer de etikettering wordt vergeten.

Bereid het overbrengen zorgvuldig voor en controleer vooraf of de gekozen werkwijze past bij de stof en de werkomgeving.

1

Voorbereiding en planning

  • Controleer het actuele veiligheidsinformatieblad.

  • Controleer de identiteit en eigenschappen van de stof.

  • Controleer of de oorspronkelijke en de nieuwe verpakking geschikt en onbeschadigd zijn.

  • Leg geschikte afvulhulpmiddelen klaar, zoals een trechter of pomp.

  • Gebruik de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen.

  • Kies een geschikte, goed geventileerde werkplek.

  • Beoordeel bij brandbare vloeistoffen of maatregelen tegen statische oplading en ontsteking nodig zijn.

2

De nieuwe verpakking etiketteren

  • Zorg dat de inhoud van de nieuwe verpakking herkenbaar blijft.

  • Breng de informatie aan die volgens de toepasselijke regels en de werkinstructie nodig is.

  • Controleer of etiketten leesbaar, zichtbaar en goed bevestigd zijn.

  • Vervang beschadigde of losgeraakte etiketten.

  • Gebruik geen onduidelijke afkortingen of aanduidingen die tot verwarring kunnen leiden.

3

De werkplek voorbereiden

  • Gebruik een schone en droge werkplek.

  • Plaats zo nodig een lekbak onder de verpakking of het werkvat.

  • Houd absorptiemiddelen en andere middelen voor lekkagebestrijding beschikbaar.

  • Zorg dat medewerkers weten wat zij bij morsen of blootstelling moeten doen.

4

De stof overbrengen

  • Werk rustig, gecontroleerd en zo langzaam als de handeling vereist.

  • Gebruik geschikte hulpmiddelen om direct contact met de stof te voorkomen.

  • Voorkom spatten en onnodige dampvorming.

  • Stop de handeling wanneer de verpakking, het hulpmiddel of de werkomgeving niet geschikt blijkt.

5

Afronden en reinigen

  • Sluit de verpakking of het werkvat direct na het overbrengen.

  • Controleer of de sluiting goed vastzit en of het etiket nog leesbaar is.

  • Reinig de werkplek volgens de geldende werkinstructie.

  • Voer gebruikte materialen en verontreinigd afval af volgens de toepasselijke voorschriften.

6

Registreren en controleren

  • Leg vast welke stof en welke hoeveelheid is overgebracht wanneer dit binnen uw bedrijfsproces nodig is.

  • Controleer of de identificatie van de nieuwe verpakking overeenkomt met de inhoud.

  • Werk registraties of etiketten bij wanneer de situatie daarom vraagt.

De juiste verpakking en hulpmiddelen kiezen

De keuze van het geschikte materiaal voor een container voor de opslag van gevaarlijke stoffen hangt af van verschillende factoren, waaronder de aard van de gevaarlijke stof, de chemische eigenschappen ervan, de reactiviteit met andere materialen, evenals wettelijke voorschriften en veiligheidsnormen.

Het DENIOS-assortiment omvat een gevarieerde selectie van verpakkingen, kannen, vaten en tanks voor gevaarlijke stoffen. Wij bieden deze in verschillende maten, van klein tot groot, en vervaardigd uit een breed scala aan materialen zoals kunststof, staal en roestvrij staal, om een optimale bestendigheid tegen de opgeslagen stoffen te garanderen. Bovendien beschikken veel van onze verpakkingen over aanvullende goedkeuringen voor speciale toepassingen, zoals de UN-transportgoedkeuring of de geschiktheid voor Ex-zones en/of levensmiddelen, of zijn ze verkrijgbaar in een elektrisch geleidende (ESD) uitvoering.

Hoe etiketteert u een verpakking met gevaarlijke stoffen?

Begin met het eenduidig identificeren van de stof of het mengsel. Gebruik hiervoor de originele verpakking, het veiligheidsinformatieblad en, wanneer relevant, het product- of stofnummer. Een CAS-nummer kan helpen bij de identificatie van een stof, maar vervangt niet de volledige productinformatie.

Controleer vervolgens welke gevarenpictogrammen, H-zinnen, P-zinnen en aanvullende gegevens op de verpakking moeten worden aangebracht. Plaats het etiket goed zichtbaar en zorg dat het leesbaar blijft tijdens normaal gebruik.

Een etiket moet passen bij de actuele classificatie van de inhoud. Gebruik daarom geen oud etiket wanneer de classificatie, samenstelling of productinformatie is gewijzigd.

Vergelijkbare artikelen

Laden...
i

De technische informatie op deze pagina is met zorg en naar ons beste weten en overtuiging samengesteld. Niettemin kan DENIOS B.V. geen enkele garantie of aansprakelijkheid aanvaarden, contractueel, rechtmatig of anderszins, voor de actualiteit, volledigheid en correctheid, noch jegens de lezer, noch jegens derden. Het gebruik van de informatie en inhoud voor eigen of derde doeleinden is dan ook voor eigen risico. Neem in ieder geval de plaatselijk en actueel geldende wetgeving in acht.

Wij adviseren u graag!

Bel ons of mail naar info@denios.nl en wij helpen u graag verder.

Ma t/m Do: 08:00 - 17:00 | Vrij: 08:00 – 16:00