Deze site werkt prettiger als u javascript aanzet.

Op zoek naar veiligheid

Op basis van de Europese en nationale arbowetgeving dient de werkgever een beleid te voeren, dat risico’s voor de veiligheid en gezondheid van werknemers zoveel mogelijk uitsluit. Dit geldt in het bijzonder voor situaties waar met gevaarlijke stoffen gewerkt wordt.

Eerst de bron aanpakken

Werkgevers moeten volgens een arbeidshygiënische strategie de veiligheid en gezondheid van werknemers beschermen. De arbeidshygiënische strategie is een hiërarchisch stelsel van beheersmaatregelen voor risico’s. Hierbij wordt allereerst naar de bron van het probleem gekeken. Als daar niets aan kan worden gedaan, zijn andere maatregelen mogelijk.

  • Eliminatie van het risico door opheffing of beperking van de gevarenbron. (bijvoorbeeld door het vervangen voor een niet- of mindergevaarlijke stof) Indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, dan dienen de volgende maatregelen genomen te worden. (in hiërarchisch volgorde):
  1. Het afschermen van de bron door ventilatietechnieken.
  2. Het scheiden van mens en bron.
  3. Het toepassen van persoonlijke veiligheidsmiddelen.

Redelijkerwijs principe

De maatregelen op de verschillende niveaus hebben nadrukkelijk een hiërarchische volgorde. De werkgever moet dus eerst de mogelijkheden op hoger niveau onderzoeken voordat besloten wordt tot maatregelen uit een lager niveau. Het is alleen toegestaan een niveau te verlagen als daar goede redenen voor zijn (technische, uitvoerende en economische redenen). Dit is het redelijkerwijs-principe. Die afweging geldt voor elk niveau opnieuw. Uitzondering hierop vormen risico's van carcinogenen, biologische agentia en mutagene en reprotoxische stoffen (CMR). Dan mag alleen een stap lager in de hiërarchie worden gedaan als een hogere maatregel technisch niet uitvoerbaar is. Economische oorzaken mogen voor deze twee groepen ook niet worden aangewend als reden voor een lager niveau van maatregel.

Bij het gebruik van gevaarlijke stoffen wordt dit redelijkerwijs principe door de Inspectie SZW als volgt geïnterpreteerd:

Maatregelen op een hoger niveau in de arbeidshygiënische strategie mogen redelijkerwijs niet gevergd worden vanwege:

  • Technische haalbaarheid.
  • Operationele haalbaarheid.
  • Economische haalbaarheid, wanneer het voortbestaan van de onderneming in het geding is.

Het afschermen van de bron door ventilatietechnieken

Een optimaal veiligheidsbeleid rond het werken met gevaarlijke stoffen begint bij de persoonlijke veiligheid van uw werknemers. De wetgeving op dit punt is dan ook helder: werkgevers dienen een beleid te voeren dat de risico’s voor de veiligheid en de gezondheid van werknemers zo veel mogelijk uitsluit. Wanneer de bron van de emissie niet weg te nemen is, zijn ventilatietechnieken als bronafscherming doeltreffende oplossingen voor de juiste bescherming van uw gebruikers. Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) mogen alleen worden toegepast wanneer het scheiden van mens en bron niet of onvoldoende mogelijk is.

Wanneer de bron wordt afgeschermd door middel van ventilatietechnieken kan er gestreefd worden naar optimale bewegingsvrijheid tijdens het werken met gevaarlijke stoffen door minimale belemmeringen. Wanneer de veiligheidstechnische voorziening minimale negatieve gevolgen heeft voor de werkwijze en de productiviteit is de bereidwilligheid optimaal om ook van de geboden voorzieningen gebruik te maken.
Om de juiste (ventilatie) techniek te kunnen toepassen is inzicht in de uit te voeren werkzaamheden noodzakelijk, als ook de risico’s verbonden aan de bron en de intensiteit waarmee werkzaamheden worden uitgevoerd. Dit wordt bepaald in een risico-inventarisatie en gekoppeld aan een veiligheidsniveau.

Website design en ontwikkeling door Guidance, Database Publishing Specialist.